De seizoensopener wordt al dadelijk een topuitstap.  Voor de middag wandelen we in de Oostkantons, na de middag trekken we door de weidse velden ten zuiden van Tongeren.  Goed een week na onze eerste eigen organisatie, de Vriezemantocht, gaan we er voor de eerste keer in 2017 op uit met onze Demerstee-autocar.  Via Luik zetten we koers naar het oosten om uit te komen in het Duitstalig gebied van ons land, de Oostkantons.  Dit stukje BelgiŽ heeft een uiterst moeilijk parcours afgelegd.  Na de Eerste Wereldoorlog werd het als pasmunt gebruikt om de geleden oorlogsschade te vergoeden.  Bij het begin van WO II annexeerde Hitler de regio opnieuw bij zijn Reich.  De inwoners van de Oostkantons werden verplicht mee te vechten bij ďhunĒ land.  Na de oorlog werd de annexatie als onwettig verklaard en kwamen de Oostkantons terug onder Belgisch bewind.  De veroordeling van de soldaten die (verplicht) meevochten met de vijand en ook het feit dat zowat de helft van de bevolking een juridisch dossier tegen zich kreeg wegens collaboratie, droegen er niet bepaald toe bij dat de Duitstalige Oostkantons zich goed ging voelen binnen BelgiŽ.  Pas sinds in de jaren í60 en í70 de Duitse eigenheid van het gebied werd erkend en vooral met de oprichting van de  Duitstalige Gemeenschap, werden de plooien wat gladgestreken.

Vandaag is de regio van de Oostkantons geworden tot een vredig stukje BelgiŽ waar men erg mooi kan wandelen.  La Calamine, Kelmis dus, is het meest noordelijke stukje van de Oostkantons en ligt in het verlengde van de Voerstreek.  De Geul slingert als een zilveren adder tussen de bosgroene heuvels door.  De ene bruuske bocht volgt de andere op en maakt de Geul tot ťťn van de mooiste beken die ons land kent.  La Calamine is onlosmakelijk verbonden met de zinkmijnen die hier werden uitgebaat door Vieille Montagne.  Vandaag zien we nog de prachtige burgerhuizen van de ingenieurs en ook de bezinkingsvijver ligt er nog.  En dan is er nog het verdwenen land van MoresnetÖ  200 jaar geleden, op 26 juni 1816, ontstond een ministaatje.  Het heeft net iets meer dan een eeuw bestaan.  Het ontstaan van Neutraal Moresnet was een uitloper van het Congres van Wenen dat na de nederlaag van Napoleon bij de slag van Waterloo in 1815 de staatkundige ordening binnen Europa had hertekend en waarbij het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was opgericht.  Daar werden de grenzen vastgelegd tussen dit nieuwe koninkrijk - grosso modo het huidige Nederland en BelgiŽ - en zijn oostelijke buur Pruisen.  Maar in de buurt van het Kelmis, vlakbij Moresnet, kwamen ze niet tot overeenstemming.  Daar lag immers de belangrijke zinkmijn van Altenberg ofte Vieille Montagne, pal op de grens tussen de twee landen. Geen van beide landen wou deze winstgevende mijn zomaar in handen van de ander laten.  Bovendien had zink een militaire toepassing : in een legering met koper werd het gebruikt als materiaal voor kanonskogels.  Er moest dus een aparte regeling getroffen worden voor dit strategisch belangrijke lapje grond.  Dat gebeurde op 26 juni 1816 toen het Traktaat van Aken werd getekend, een verdrag tussen Pruisen en het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Om alle betwisting over de mijn van Vieille Montagne te vermijden, werd besloten het gebied rondom de mijn een aparte status te geven.  Het werd een ministaatje Neutraal Moresnet onder gezamenlijk bestuur van Pruisen en de Nederlanden.  Het was amper 3,4 km≤ groot, telde 256 inwoners, een kerk, enkele tientallen huizen en natuurlijk de zinkmijn.  Neutraal Moresnet had de vorm van een scherpe driehoek en toen in 1830 BelgiŽ werd opgericht, ontstond daardoor een uniek vierlandenpunt.  Overigens nam BelgiŽ vanaf dan de bestuurlijke rechten over Moresnet van Nederland over.  

Het ministaatje floreerde.  De Sociťtť de la Vieille Montagne, die de mijnuitbating had overgenomen, droeg hiertoe bij.  Tegen 1858 vertienvoudigde de bevolking tot meer dan 2500 inwoners.  Er golden nog de oude Napoleontische wetten met als gevolg dat een heleboel zaken, die in de omliggende landen verboden waren, hier wel werden gedoogd.  Zo werd er massaal sterke drank gestookt, die dan illegaal het landje werd uit gesmokkeld.  Ook waren er enorm veel drankhuizen in het dorp : meer dan 60 !  Omdat de belastingen in Neutraal Moresnet zeer laag waren en de lonen relatief hoog, werd het al gauw een belastingparadijs. Douanerechten waren onbestaande.  Ook gokken was toegelaten, vandaar het ontstaan van casino's.  Hierdoor kwam er een aantrek van rijk, vaak crimineel volk.  Er was geen leger of politiemacht en de verouderde rechtspraak volgens de code Napoleon moest gebeuren in Verviers of Aken.  Ook jongelui die hoopten te ontsnappen aan de dienstplicht zochten wel eens hun toevlucht in het neutrale gebied.  Moresnet werd een beetje het Chicago van BelgiŽ.

Neutraal Moresnet had geen eigen munt of post. Men gebruikte Belgisch of Duits geld en voor de post hanteerde men de regel : op een brief naar BelgiŽ plakte men een Belgische postzegel, voor Duitsland een Duitse.  In 1848 verschijnen er enkele plaatselijke munten, die echter nooit als officieel betaalmiddel zijn aanvaard.  Hetzelfde geldt voor postzegels die in 1886 in omloop kwamen.  Na twee weken werden ze al verboden.  Als curiosum voor verzamelaars zijn ze intussen wel gegeerde objecten.  Toen omstreeks 1885 de zinkmijn van Vieille Montagne uitgeput raakte, verdween eigenlijk het bestaansrecht van Neutraal Moresnet.  De Duitsers zullen vanaf dan pogingen doen om de status van Moresnet op te heffen met de bedoeling het gebied te kunnen inlijven.  Met sabotageacties wou men kost wat kost BelgiŽ dwingen tot onderhandelingen.  De Moresnetters waren trouwens eerder Belgisch dan Duits-Pruisisch gezind.  

Een kortstondige opflakkering van het idee van een onafhankelijke staat kwam er met de poging van ene dokter Molly om van Moresnet een Esperantovrijstaat te maken onder de naam Amikejo, esperanto voor Plaats van Vriendschap.  Het zou het wereldcentrum van esperanto worden.  Er werd een nationale hymne gecomponeerd, een vlag ontworpen en het nieuws werd in 1908 bekendgemaakt in de internationale pers.  Maar het bleef een utopisch idee dat door de Eerste Wereldoorlog werd teniet gedaan.   Na de wapenstilstand eindigde ook het statuut van Neutraal Moresnet.  Met de ondertekening van het Verdrag van Versailles op 28 juni 1919 werd het hele gebied aan BelgiŽ toegewezen en viel het doek over dit ministaatje dat ruim honderd jaar had bestaan.

Tijdens onze wandeltocht komen we doorheen dit vroegere vrijstaatje, dat vandaag vooral bekend is om zijn gigantisch spoorwegviaduct.  Het betonnen kunstwerk is ruim 1300 m lang en liefst 58 m hoog.  Het gigantische bouwwerk kwam tot stand tussen 1915 en 1917 en werd aangelegd door de Duitse troepen.  In 1944 bliezen de terugtrekkende Duitse legers het viaduct in en werd het gedurende vijf jaar heropgebouwd.  In de jaren í90 werd het gerestaureerd en op vandaag denderen er nog gemiddeld 100 goederentreinen per dag over deze hoge spoorverbinding.  Ook in Moresnet komen we langs de bedevaartkapel met daarachter een prachtige kruisweg, verborgen in het groen.  Verder zijn de golvende heuvels en de dichte bossen op de grens van BelgiŽ en Nederland.  Tot slot is er nog de Eyneburg, een sprookjesachtig mooi kasteel, gebouwd op een hoge rots.  De ďEmmaburgĒ, zoals ze hier ook wel wordt genoemd, is de enige hoogteburcht die is overgebleven in het vroegere graafschap Limbourg.  De burcht is nog steeds bewoond. 

Iets over de middag verlaten we deze mooie streek, zo rijk aan geschiedenis, en rijden we naar Wihogne, een deel van de gemeente Juprelle.  Wihogne ligt pal op de grens met Vlaanderen en heeft zelfs een Vlaamse naam : Nudorp.  We wandelen er in Droog-Haspengouw, de streek van de vruchtbare akkers die in de lente- en zomermaanden worden ingezaaid met tarwe en gerst, of met suikerbiet. De streek ook van de vierkantshoeven waar kolossale billenmannen worden gekweekt. Niet zover van Wihogne vinden we Lantin, bekend om zijn gevangenis.  In Lantin werd in de 19de eeuw ook het Fort van Lantin gebouwd, dat deel uitmaakte van de versterkte gordel rond Luik.  In dit Fort was er vorig jaar een controlepost.

Eddy

TERUG