Vooraleer we de grens oversteken om in NL-Limburg te gaan wandelen, houden we even halt bij De Rakkers, de club die vorig jaar op de tiende plaats eindigde in onze rangschikking van best vertegenwoordigde clubs op onze eigen tochten.  Zij starten vanuit Tuilt met deze Herkenrodetocht.

Ontloken in de oeverloze stilte aan de boord van de kronkelende Demer, groeide en bloeide tot aan de Franse Revolutie, ruim zes eeuwen lang, het oudste en rijkste vrouwenklooster van ons land : de Cristerciënzerinnenabdij van Her-kenrode.  De verbeurdverklaring van alle kloostergoederen en de openbare verkoop van de abdij betekende het begin van de aftakeling van dit eens zo dynamisch centrum.  Een groot deel van de gebouwen ging teloor ingevolge brand, verkoop, vernieling of gebrek aan onderhoud.

In 2003-2004 werden alle gebouwen op de site op hun stabiliteit en historische waarde onderzocht en werd begonnen met de restauratie.  Bij de uitvoering van de werken werden traditionele en moderne restauratietechnieken gecombineerd voor een optimaal behoud van de oorspronkelijke constructie.  Gedurende vele jaren werden heel wat middelen geïnvesteerd in de restauratie van de gebouwen die nog overeind stonden.  Vandaag straalt de nog bestaande architectuur (Poortgebouw, Hoektoren, Neerhof, Tiendschuur, Abdijmolen) haar vroegere luister weer onverhinderd uit.  De bezoeker wordt telkens opnieuw geïmponeerd en verleid door het nostalgische erfgoed van een groots verleden.  We beperken ons bij ons bezoek tot de 4 of de 7 km, maar ook die beide wandelafstanden passeren het erfgoed Herkenrode.

Het zal nog relatief vroeg in de voormiddag zijn als we afscheid nemen van De Rakkers en weer op de bus stappen.  Eijsden is dan onze bestemming, niet “ons” Eisden, de vroegere mijnzetel, maar Eijsden aan de overkant van de Maas, in Nederlands Limburg.   Eijsden was in de achttiende eeuw een zeer drukke havenplaats met een veerpont over de Maas.  Eijsden en omgeving maakt deel uit van het Maasdal ten zuiden van Maastricht.  Het Maasdal zelf is, buiten de kernen, vooral van agrarische betekenis en bekend vanwege zijn vele boomgaarden die een duidelijke bijdrage vormen aan de uitstraling van dit gebied.  Midden in Eijsden ligt een plein met de naam "Vroenhof" oftewel "het Hof van de Heren".

Zondag 15 april houdt wandelvereniging “De Lèren Tram” zijn jaarlijkse Voorjaarswandeling.  Alle wandelingen staan in het teken van de Hoogstamfruitbomen die in deze tijd van het jaar tot volle bloei komen.  De organisatie heeft ervoor gezorgd dat de wandeltocht erg gevarieerd is, zodat men op vele plaatsen daadwerkelijk kan zien dat de lente zijn intrede heeft gedaan en dat we dus kunnen genieten van de bloesem.  De wandelingen leiden door de natuurgebieden het Savelsbos en het Hoogbos en een klein gedeelte van de Voerstreek.  

Het Savelsbos is een oud en typisch Zuid-Limburgs hellingbos.  Het is 200 hectare groot en is zonder twijfel één van de mooiste bossen van Nederland.  Het hellingbos is gelegen op de steile overgang van het Maasdal naar het plateau van Margraten.  Het bos is langgerekt (5 km) en zeer smal, terwijl het verschil tussen het hoogste en het laagste punt van het bos 75 meter bedraagt.  Het is meteen ook één van de mooiste wandelgebieden van Zuid-Limburg.  Hooggelegen boven de Maas geeft het Savelsbos, ten zuiden van Maastricht, de mooiste uitzichten prijs.  Maar het bos heeft veel méér in petto : in het bos vinden bezoekers her en der de sporen van een geschiedenis die duizenden jaren teruggaat.  Diep in het Savelsbos ligt het oudste archeologisch en industrieel monument van Nederland.  Het zijn vuursteenmijnen van circa 6 000 jaar oud.  In en om het bos liggen volop holle wegen en smalle paadjes die voor iedere wandelaar een uitdaging zijn.  Af en toe gaan de paden steil omhoog, zoals dat ook elders het geval kan zijn in Zuid-Limburg.  De fruitbomen in de boomgaarden aan de rand van het bos zijn in het voorjaar prachtig.  Deze maken de vele wandelroutes in en om dit bos nog net iets indrukwekkender.

En dan is er in het Savelsbos nóg een uniek natuurfenomeen : daslook.  Daslook behoort tot de eerste lenteboden. Uit de witgele bollen ontspringen langstelige lancetvormige bladeren en een bloemstengel van 20 tot 25 cm lang. Het is een ongeveer 30 cm hoge plant die bloeit vanaf april. De zuiver witte bloemen hebben zes witte kroonbladen en zijn in losse bolvormige schermen gegroepeerd. De plant verspreidt een sterke knoflook/uiengeur. Daslook heeft eeuwenlang in de schaduw gestaan van zijn beroemde "broer” de knoflook, dat al sinds mensenheugenis als specerij en geneeskrachtige plant wordt gebruikt.  Een overweldigende hoeveelheid daslook groeit en bloeit in het Savelsbos !  Je vindt er écht een zee van daslook langs je wandelpad : een uniek zicht en een heerlijke geur !

Verder wandelen we ook nog door het Hoogbos, op de grens met onze Voerstreek.  In het Hoogbos vind je ook weer dat heerlijke Zuid-Limburgse gevoel. Het landschap is kleinschalig, er staan oude bomen en de meidoornhagen en kleine erosiegeultjes kenmerken het voor Limburg zo authentieke lokale landschap. Het Hoogbos is in privébezit.  Je mag er niet zomaar inlopen.  Met deze Bloesemtocht komen we er echter wel doorheen.  De Voerstreek kennen we van zijn stiltegebieden, kastelen, vierkantshoeves, kapelletjes, kerkjes, vakwerkhuisjes, holle wegen, weidse panorama’s … De Voerstreek is één van de best bewaarde geheimen van Vlaanderen en meteen ook één van de mooiste wandelgebieden van Limburg.  Het zou zonde zijn als je niét zou deelnemen aan deze uitzonderlijk mooie clubuitstap : schrijf dus vandaag nog in !

Eddy

TERUG