Nog maar enkelen maanden geleden organiseerden wij onze geslaagde “Limburg Wandelt” vanuit de nieuwe Campus Beringen.  Al op 11 maart is het de beurt aan Wandel Mee Brueghel om de editie van 2018 in te richten.  Natuurlijk willen we daar als één van de grootste Limburgse clubs niet ontbreken.  Vandaar dat we een busreis organiseren naar Peer.  Voor we echter naar de thuisbasis van Wandel Mee afzakken, rijden we naar het Nederlands Limburgse Schinnen. 

Nederlands-Limburg, meteen is het woord gevallen.  Dit jaar gaan we liefst vijf keer de grens over om te genieten van de landschappelijke schoonheid van het gebied waar ik reeds van bij het begin van mijn 30-jarige wandelloopbaan verliefd op ben geworden en dat ook nu nog steeds ben.  Zuid-Limburg, met zijn glooiende groene hellingen, uitgestrekte plateaus en Maasvlaktes, afgewisseld met karakteristieke dorpjes, stromende beken waarin forellen zwemmen, indrukwekkende steilranden en schitterende vergezichten. Nergens anders is in Nederland een gevarieerder mozaïek van landschapselementen te vinden. Bovendien heeft iedere regio zijn bijzondere karakteristieke eigenschappen waardoor u binnen een straal van 30 kilometer steeds weer opnieuw wordt verrast. Ieder seizoen weer opnieuw.   

We wandelen vandaag in het gebied dat werd gevormd door de Geleenbeek.  De Geleenbeek stroomt via Schinnen en Spaubeek naar Geleen en Sittard.  De naam van de beek is afgeleid van het Latijnse woord “Glana” dat “heldere beek” betekent.  In de jaren 1950 werd de Geleenbeek op verschillende plekken gekanaliseerd.  De afgelopen jaren wordt de beek weer in haar oorspronkelijke, meanderende staat teruggebracht.  Dit is onder meer het geval bij Weustenrade en bij Schinnen.  Bij Schinnen en Geleen stroomt de beek door Landschapspark de Graven.  Het dal van de Geleenbeek vormt een langgerekte groene oase.  We vinden er steile heuvels, zacht glooiende hellingen, natte en droge graslanden, hellingbossen, broekbossen en diep ingesneden holle wegen, waarin de das zijn burchten bouwt.  De randen van de beek worden vanaf april getooid met een aaneengesloten gordijn van bloeiend Fluitekruid.  De Geleenbeek vormt dus zeker een perfect biotoop voor een heerlijke tocht !

In Schinnen gaan we op “strooptocht” door de streek waar de bekende appelstroop vandaan komt : de heuvels rond het Zuid-Limburgse Schinnen. Bij de finish zijn er pannenkoeken verkrijgbaar met, hoe kan het anders, Canisius-stroop.  Canisius is de naam van de stroopfabriek in de gemeente Schinnen.  In de fabriek wordt onder andere de bekende Rinse Appelstroop gemaakt. De geschiedenis van de fabriek gaat terug naar 1903. Fruitteler Jean Canisius stookte stroop van fruit uit zijn eigen boomgaard.  In de oude stokerij vind je tegenwoordig een klein museum.  In 1956 werd de huidige fabriek gebouwd.  Deze is tot op de dag van vandaag nog steeds in gebruik.  Nog even dit : het startlokaal is niet echt groot en zal wellicht té klein zijn om een volle buslading Wandelende Palenaars te herbergen.  Even rekening mee houden dus. 

Nadat we in Schinnen de tijd kregen om de 15 km te wandelen (en voor de snelle voetjes zit ook     20 km er wel in) rijden we naar Peer, om er deel te nemen aan “Limburg Wandelt”.  De organiserende club, Wandel Mee Brueghel, is een actieve club die reeds 30 jaar bestaat.   De club werd opgericht in 1987. De clubnaam heeft enkele maanden op zich laten wachten. Omdat Pieter Brueghel geboren is in Grote-Brogel werd er voorgesteld om de club naar hem te noemen. Over de juiste schrijfwijze van zijn naam waren de geschiedschrijvers het niet eens, zodat de eerste   14 jaren de club “Wandel Mee Breughel” heette.  Sinds 2002 werd de naam aangepast en heet de club “Wandel Mee Brueghel”.  

De organisatie van deze Limburg Wandelt kwam voor hen vrij onverwacht.  Aanvankelijk was er een andere Limburgse club die voor de organisatie zou instaan, doch door interne herschikkingen zagen zij er van af.  Wandel Mee Brueghel speelde dan maar voor invaller.  Mooi gebaar van hen.  Op goed een half jaar moesten zij dus alles zien te organiseren om van deze Limburg Wandelt een topevenement te maken.  Wij willen hen graag steunen en vragen ook aan de leden die niet inschrijven voor deze busuitstap om talrijk deel te nemen aan deze Limburgse Wandeldag.

Wandel Mee Brueghel voorziet om organisatorische redenen twee vertrek-plaatsen. Zo kunnen ze de wandelaars een betere service bieden : in Peer start je vanuit het Parochiecentrum aan de  Kloosterstraat 40 en in Wijchmaal kan je vertrekken vanuit het Ontmoetingscentrum Den Tichel (Sint Trudostraat 76).  Tijdens de tocht maak je kennis met het gebied van de Abeek en de Dommelvallei.  Je wandelt langs rustige landelijke wegen met onderweg uitgestrekte bossen en vlak, agrarisch gebied.  Op de controlepost Pony-Express waant men zich in het Wilde Westen.  Deze rustpost bevindt zich midden de bossen en men wandelt door het gebied waar Pieter Brueghel den Oude inspiratie vond voor zijn latere meesterwerken.  De inrichtende club staat, naast zijn perfect georganiseerde wandelingen, ook bekend om zijn catering.  Tijdens Limburg Wandelt kan je er een koude schotel bestellen, maar zeker de Boekweitkoek met spek en het spek met eieren zijn toppers.

Eddy

TERUG