Onze volgende busuitstap ziet er veelbelovend uit.  Nu goed, wanneer je de namen gaat lezen van de twee bestemmingen, dan zal dit weliswaar geen lichtje doen branden.  Toch lonen beide wandeldoelen de moeite.  

Voor de middag staat een bezoek aan Grand-Leez op de agenda.  De Marche de la Braderie wordt er ingericht door Les Spartiates Gembloux.  Door de jaren heen waren Les Spartiates gekend als een stevige wandelclub met nogal wat langeafstanders in hun rangen.  Gembloux (Gembloers in onze taal, al wordt die benaming bijna nooit gebruikt) is een stad in de provincie Namen. De stad telt ruim   22 000 inwoners.  Tijdens de Slag bij Gembloers versloegen de Spanjaarden begin 1578 het leger van de Staten-Generaal van de 17 Nederlandse provinciën, die zich na de Pacificatie van Gent hadden aaneengesloten. In 2005 werd het belfort van Gembloux op de werelderfgoedlijst van de UNESCO geplaatst.  Gembloux is bekend om zijn messen-industrie. Het plaatsje Grand-Leez ligt aan de weg van Waver naar Namen, 16 km ten noordwesten van Namen, bij het riviertje de Orneau. In deze streek zijn overblijfselen uit de Romeinse tijd gevonden. Er staat in Grand-Leez een in 1830 gebouwde windmolen, de laatste in de provincie Namen. Deze molen maalde achtereenvolgens met windkracht, hierna op stroom en nog later met een gasgenerator en vandaag op elektriciteit. Het meel wordt driemaal per week tot brood verwerkt. Dit brood wordt verkocht in de Taverne des Quatre Vents.  

We blijven in Grand-Leez voldoende lang om er de 12 km te wandelen en rijden dan naar het Waals-Brabantse plekje Céroux-Mousty.  Céroux-Mousty heeft zijn charme van weleer met zijn landelijk en idyllisch karakter behouden. Een zekere Georges Remi, alias Hergé (de geestelijke vader van Kuifje/TinTin,) koos trouwens om zich hier te vestigen in de jaren ’50 en dit omwille van de rust en charme van het omgevende platteland.  Céroux-Mousty is een deelgemeente van Ottignies-Louvain-la-Neuve.  Gelegen in het hart van de jongste Belgische provincie Waals-Brabant, is Ottignies-Louvain-la-Neuve een unieke stad met twee stedelijke centra en met zeer uiteenlopende karakters.  Van oorsprong landelijk, wordt Ottignies gekozen om de Franse afdeling van de Katholieke Universiteit van Leuven te verwelkomen op zijn grondgebied.  Zodoende wordt in 1971 veel meer dan een universiteitsstad gebouwd, het is eerder een nieuwe stad ten oosten van Ottignies, Louvain-la-Neuve.  Ottignies-Louvain-la-Neuve : een stad die beweegt en ademt, een groene stad waar het goed is om te wonen.

Het Provinciaal Comité van Waals-Brabant koos ervoor om dit jaar de provinciale wandeldag te organiseren in Céroux-Mousty.  Het is een ideale plaats voor wandelingen en ontdekkingen. Je kan er de toren van Moriensart bewonderen en ook de mooie kerk en kerkplein, met prachtige geklasseerde linden.  Vanwege de voorzitter van het Waals-Brabantse comité kregen we wat informatie door over de tocht zelf.  Naast de klassieke afstanden (6 – 12 – 16 en 21 km) is er ook een verhard parcours (4 km), ideaal voor rolwagens.  Alle afstanden komen onderweg voor het Kasteel Pallandt in Bousval.  Het kasteel ligt in een onaangeroerd, landelijk kader, te midden van een meer dan 100 ha groot domein met een mooie tuinarchitectuur met eeuwenoude bomen, op het einde van een pad van beuken die overhellen over de vijvers.  Het landgoed werd nooit verkocht en is reeds meer dan vier eeuwen in handen van Baron en Barones d’Hooghvorst.

De 6 km passeert door de Rue de la Ferme Bordeau.  De oorsprong van deze  hoeve gaat terug tot in de 15de eeuw.  De 12, 16 en 21 km krijgen een rustpost aangeboden in La Cense de Bégipont in Noirhet (Bousval).  Het is een oude hoeve die werd getransformeerd tot ontmoetingsplaats/parochiezaal.  De schuur van de hoeve werd in 1928 omgevormd tot de Kapel van de Heilige Anna.  Het geheel behoort tot de eigendom van het kasteel Pallandt. 

De lus van de 21 km komt voorbij het oude station van Noirhat, om dan over de Ravel, de oude spoorbedding die nu als fietsroute wordt gebruikt, verder te stappen door het rustige landschap.  Links van de route ga je langs het industrieterrein met een papierfabriek, bedrijven met lederwaren, een kachelproducent, een houtzagerij, een pallettenmakerij … Het vroegere station had indertijd een grote commerciële waarde.  

Nog wat praktische info : in de startzaal kan je verse pistolekes eten, taart en zelfgemaakte soep.  Ook warm eten is er te verkrijgen : Saucisses Barbecue.  Verder is er een gamma van bieren te verkrijgen.  We zijn ervan overtuigd dat dit een geslaagde uitstap wordt, een stap in het onbekende, maar daarom niet minder mooi !

Eddy

TERUG