Oorspronkelijk was het de bedoeling om na onze wandeling in Nijmegen nog even langs Linkhout te passeren om dan bij onze buren van Horizon Donk nog deel te nemen aan hun Schulensmeertocht.  Echter, de rit naar Nijmegen neemt zo’n twee uur in beslag én de wandeling in Nijmegen ziet er echt veelbelovend uit, zodat we ginder tijd gaan bieden om, wie dat wil, de kans te bieden om de 30 km te kunnen rondmaken.  Vandaar dat we opteren voor een kort “ontbijtbezoek” bij onze Horizonvrienden.  Na onze pistolet (let wel : zit niet in je inschrijvingsgeld begrepen) rijden we dan door naar het historische Nijmegen.  Onderweg naar daar kunnen we even het verhaal lezen over Mariken van Nieumeghen, het meisje naar wie deze tocht werd genoemd.  

Mariken wordt door haar oom, bij wie ze in huis woont, naar Nijmegen gestuurd om op de markt boodschappen te doen. 's Avonds is het te laat om veilig naar huis terug te lopen, maar haar Nijmeegse tante wil haar geen onderdak bieden en jaagt haar weg. Wanhopig gaat Mariken bij een heg zitten. Daar spreekt een vreemdeling haar aan, de duivel vermomd als mens. Hij maakt zich bekend als “Moenen met het ene oog” en belooft haar kennis en rijkdom als ze met hem meegaat. Wel moet ze haar naam veranderen, want hij vindt het niet prettig steeds aan een zekere Maria herinnerd te worden. Mariken wordt nu Emmeken (een naam die kleine M betekent, en dus nog naar haar eigen naam verwijst). Emmeken en Moenen reizen naar Antwerpen, waar ze zeven jaar lang een wild en zondig leven leiden.
Dan wil Emmeken haar familie terugzien. Ze gaan naar Nijmegen en zien daar op straat de opvoering van een toneelstuk over Gods genade. Emmeken krijgt berouw. De duivel voert haar hoog de lucht in en laat haar vallen om zo haar nek te breken en haar ziel mee te voeren naar de hel. Maar ze overleeft de val doordat haar oom voor haar gebeden heeft. Met hem reist ze naar de paus om vergeving te vinden voor haar zondige jaren. De paus geeft haar metalen ringen om haar nek en armen. Als de ringen eraf zullen vallen, zal dat het teken zijn dat God haar vergeven heeft. Mariken gaat het klooster in. Na vele jaren van boetedoening verschijnt er een engel die in haar slaap de ringen verwijdert. Als Mariken twee jaar later sterft, worden de ringen boven haar graf geplaatst.

Tijdens deze Marikentocht wandelen we eerst door het centrum van Nijmegen.  Hoewel een groot deel van het oude centrum werd plat gebombardeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog, vind je in de Benedenstad (het oude gedeelte aan de Waal) en het stadscentrum nog prachtige straatjes en eeuwenoude monumenten. Bewonder het Stadhuis en de Waag. Dwaal door de straatjes rondom de Sint-Stevenskerk, loop langs de oude stadsmuren in het Kronenburgerpark en kijk omhoog naar de gevels van de oude panden in de Lange Hezelstraat.  En natuurlijk kom je ook langs het beeld van Mariken.  

Na de binnenstad verlaten de wandelaars via de Waalkade Nijmegen.  De Waalkade wordt tijdens het voorjaar omgevormd tot een prachtig nieuw wandelgebied, met heel wat groen, aflopende vlakken, zitbanken en trappen.  Tegen half juni zou alles zowat klaar moeten zijn.  Vanaf de Waalkade gaan we dan naar de Ooijpolder.  Langs de Waal en tussen de grens met Duitsland en Nijmegen, ligt de Ooijpolder : een schoolvoorbeeld van effectief natuurbeheer. Het grenzeloos rijke vogelgebied maakt deel uit van de Gelderse Poort van Staatsbosbeheer en leent zich bij uitstek voor een spectaculaire wandeltocht, in alle seizoenen.  Het gebied wordt gekenmerkt door een uitgestrekt landschap met kleine dorpen, boerderijen en mooie natuur. Daarbij verlies je het aanzicht op de imponerende stuwwal niet uit het oog.

De zeven heuvels waarop het oude Nijmegen is gebouwd zijn de uitlopers van een stuwwal. Die stuwwal ligt direct ten oosten van de stad.  De Nijmeegse stuwwal is een onderdeel van een veel groter stuwwallengebied dat een groot deel van het latere Nederland omvatte.  Het liep van Elten, via de Veluwezoom en de Utrechtse Heuvelrug richting Haarlem.  De grote rivieren hebben dit grote gebied later doorsneden, waardoor de in dit gebied kenmerkende hoogteverschillen ontstonden.  Het stuwwallengebied ontstond toen enorme ijskappen langzaam vanuit het Scandinavische noorden naar het zuiden schoven.  Door het gewicht van het vaak vele honderden meters dikke ijs werd de grond eronder naar voren geperst.  Zo stroopte de ondergrond op, waardoor soms wel tweehonderd meter hoge heuvels ontstonden.  Deze enorme ijsmassa's kwamen tot stilstand op de lijn Haarlem-Utrecht-Nijmegen.  Door vorst, wind en water zijn deze stuwwallen in de loop van de tijd lager geworden.  Beboste heuvels bleven hoog, bebouwde werden langzaamaan lager door erosie.  Bij Nijmegen heeft de schurende werking van de Waal gezorgd voor een abrupte scheiding tussen polder en stuwwal.  Zo ontstond de indrukwekkende, bijna on-Nederlandse aanblik als je over de Waalbrug de stad binnen rijdt.

We trekken nu naar Beek-Ubbergen en het terrein wordt nu licht heuvelachtig.  Verderop  gaan de wandelaars de bossen in richting Groesbeek.  Het Groesbeekse Bos ligt op de stuwwal ten zuidoosten van Nijmegen.  Sommige delen van het bos dateren uit de 16de eeuw. Deze zijn toen aangelegd om dienst te doen als hakhoutbos.  Tussen 1820 en 1860 is het hele gebied beplant voor de houtproductie.  Hiermee is het Groesbeekse bos een eeuw ouder dan de meeste bossen in Nederland.  Tegenwoordig zijn natuur en recreatie minstens even belangrijk als houtproductie.  Daarom wordt het eens saaie bos steeds meer omgevormd tot een meer natuurlijk bos.  Dit betekent meer dood hout, open plekken en loofbomen zoals eik, berk en lijsterbes.  Het Groesbeekse Bos is een eldorado voor wandelaars : er zijn veel uitgezette routes, speelweides en andere mogelijkheden om te genieten van de fraaie natuur.  De deelnemers aan de langste afstand gaan nog een klein stukje door Duitsland en hebben een rustmogelijkheid in Groesbeek.

Eddy

TERUG