Namen, hoofdstad van de provincie met dezelfde naam, al luidt die “en francais” Namur, is onze eerste bestemming van ons busprogramma voor 2019.  De stad Namen dankt zijn oorsprong aan zijn ligging aan de samenvloeiing van de Maas en de Samber. Al vanaf de steentijd werden de oevers van deze rivieren al bewoond, de eerste permanente nederzettingen stammen hier echter van het begin van onze jaartelling. Vanaf de tiende eeuw neemt de stad uiteindelijk zijn huidige vorm aan langs de oevers van de Maas en de Samber. De oudste wijk van de stad, het Grognon, ligt op plaats waar de twee rivieren samenvloeien. Hier moesten vroeger de schepen tol betalen om hun reis te mogen voortzetten. Tegenwoordig hebben de twee rivieren nog steeds een belangrijke economische functie voor de stad.

Hoog boven de samenvloeiing van Maas en Samber, op een rots met een hoogte van 100 m, staat hét symbool van Namen : la Citadelle.  Deze uitzonderlijke erfgoedsite, verankerd op de uitloper van de rots, behield sporen van 2000 jaar geschiedenis.  In de middeleeuwen was het de residentie van de Graven van Namur.  Koning Leopold II maakte er een vakantieoord van en vandaag is het een centrum voor evenementen, rondleidingen en wandelingen in een groene omgeving die spectaculaire uitzichten biedt op de stad.  Tot in 1975 was de citadel, net als die van Diest, een kazerne waar onze commando’s werden opgeleid.  Na de demilitarisatie werd de citadel overgedragen aan de stad Namen.  

De citadel vormt het hoogtepunt, letterlijk en figuurlijk, van deze eerste clubuitstap.  Alleen de 4 km komt niet boven aan de citadel en blijft langs de oevers van de Samber.  Vanaf de     6 km mag je dus naar de versterkte burcht, hoog op de rots.  Zonder echt zwaar te worden, is het toch pittig wandelen tot op de hoogte van de citadel.  Starten doe je langs de oever van de Samber, die je volgt tot aan de monding in de Maas.  Dan ga je in brede zigzags klimmen om na 3,5 km uit te rusten in de Hotelschool.  Na de rust daar krijg je heel wat groen van de parken rond de citadel te zien. Door dit natuurschoon daal je af tot aan de Samber.  Deze grote bijrivier van de Maas steek je nog over en je bent weer in de startzaal.  Onderweg overbrug je een hoogteverschil van 160 m.

De 12 km start eveneens langs de oever van de Samber, gaat via de samenvloeiing verder langs de Maas tot aan de rust in La Plante.  Voor we die bereiken, komen we langs de sluis op de Maas.  De stuw van La Plante dateert in haar huidige vorm uit de jaren '80, toen een verouderd en gevaarlijk systeem werd vervangen.  Het stuwbeheer gebeurt vanuit een sluiswachterstoren en wordt aangepast aan de waterstanden. Naargelang het debiet kunnen de kleppen worden “opgestuwd” waardoor onder de barrage een sterkere waterdoorstroming ontstaat.  Misschien herinner je je nog wel de vroegere berichten voor de binnenscheepvaart, op BRT 1-radio, na het nieuws van één uur.  Daar kwam “De Maas in La Plante” ook steeds in voor.  In La Plante rusten we even uit en gaan dan klimmen om in een brede boog naar de Citadel toe te gaan.  Voor we daar aankomen is er de rust in de Hotelschool.  Dan volgt een volledige verkenning van het de citadel en het groengebied er rondom heen.  Tot slot is er de afdaling naar de Samberbrug, richting aankomst.  Hoogteverschil : 315 m.

Wie de 19 km wandelt, gaat na de rust in La Plante mee de helling op om dan door een bosgebied naar Malonne te wandelen.  Daar is er weer een rustpost voorzien.  Van daaruit gaat het dan naar de Hotelschool, waar aangesloten wordt bij de 12 km.  Deze 20 km is onderweg goed voor 370 m hoogteverschil.  

Op weg naar boven, naar de Citadel, ga je zeker door een aantal gewelfde gangen.  In hoeverre je boven, aan de Citadel, ondergronds door de kazematten zal mogen wandelen, zullen we moeten afwachten.  Feit is dat ook zonder die onderaardse doortocht een bezoek aan de Citadel, met het fantastische uitzicht over Maas en Samber, zeker een aanrader is.  

Via de E42 rijden we na de middag dan naar Embourg.  Maas en Samber laten we achter ons en we gaan op zoek naar Embourg, een deelgemeente van Chaudfontaine.  Bij langeafstands-oudstrijders gaat er een lichtje branden bij het horen van de naam Embourg.  Tot voor een tiental jaar werd in Embourg op de tweede zaterdag van januari een loodzware 50 km-tocht ingericht, meteen de eerste van het pas begonnen jaar.  Vandaag rest er alleen nog maar een meer beschaafde 20 km-tocht.  

Embourg ligt tussen twee stroomgebieden in.  Langs de ene kant zoekt de Ourthe, tussen rotsige wanden, zich kronkelend een weg naar de Maas.  Langs de andere zijde stroomt de Vesder, de rivier die na een tocht van 60 km door onze Ardennen, in Chenée uitmondt in de Ourthe.  Drie km verderop geeft de Ourthe zich dan over in de armen van de Maas.  Door zijn ligging belooft Embourg een mooi parcours te geven.  Van de club Forts Marcheurs Embourg kregen we niet echt veel informatie omtrent het parcours.  De 4 en 6 km zouden weinig moeilijkheden bieden, terwijl in zowel de 13 als de 20 km enkele hellingen zouden voorkomen, zonder echter al te zwaar te worden.  Daar kan je dus alle kanten mee uit.  Feit is dat zowel richting Ourthe als naar de Vesder toe er mooie groene hellingen liggen.  Gaan we richting Vesder, dan lopen we uit op Chaudfontaine, met zijn prachtig park rond het Casino en natuurlijk zijn waterfabrieken.  En Embourg heeft ook een fort dat eertijds deel uitmaakte van de verdedigingsgordel rond Luik.  Aan het fort staat een Amerikaanse M41 Walker Bulldog-tank, gebruikt in de Vietnamoorlog.  

Bedoeling is dat we in Namen ruim de tijd nemen om de 12 km te bewandelen, met daarin dan de volledige Citadel-toer.  Na de middag genieten we in Embourg dan nog van de 13 km, zodat wie dat wil met 25 km in de benen huiswaarts kan keren.   Een zondag in de Ardennen : zéker inschrijven dus !

Eddy

TERUG