Het is ondertussen al heel wat jaren geleden dat we nog een bus-uitstap inlasten naar “Vlaanderen Wandelt”, de vroegere Nationale Wandeldag.  Manke Fiel Asse was echter vorig jaar met 83 op onze Sint Baafstocht en we vinden in deze Vlaanderen Wandelt een ideale organisatie om een tegenbezoek te brengen.  De organisatie wordt gedragen door Wandelclub Manke Fiel en de Trekplosters Asse-Zellik.

Asse is gelegen aan de noordzijde van Brussel, aan de rand van het Pajottenland.  De gemeente maakt deel uit van de Brabantse Kouters, een prachtig stukje Groene Gordel in Vlaams-Brabant.  De verschillende afstanden zijn ideaal voor zij die het niet zo begrepen hebben op verharde wegen (met uitzondering van de kortere afstanden).  Beetje raar misschien, maar toch vind je hier, op een boogscheut van het kloppend hart van Europa, nog een fijnmazig net van onverharde paden en wegen, tussen de vruchtbare akkers.  Je wandelt door het schitterende, open landschap van Kobbegem, met zijn gekende brouwerij Mort Subite.  Te  midden  van  het  licht  glooiende  landschap,  de  omgeploegde akkers en weiden van Kobbegem, vind je het kenmerkende gebouw, met de gigantische koperen brouwketel. Oude Geuze en Kriek worden er op artisanale wijze geproduceerd.  Kenners beweren dat hier ’s lands béste kriek wordt gebrouwen !  

Verder kom je langs een aantal monumentale vierkantshoeven.  Want ja, het klinkt wat raar, maar hier wordt nog ferm geboerd !  De koeien grazen hier als het ware met zicht op het Atomium en de Basiliek van Koekelberg.  Asse is – of beter was – ook gekend om zijn hop.  Het standbeeld van de Hopduvel, de Hopduvelfeesten en -stoet, de heraanleg van een hopveld en de tentoonstellings- en receptieruimte Lazarus verwijzen naar de rijke hopcultuur die de streek van Aalst, Affligem en Asse kenmerkte.  Hopscheuten of “hoppekeesten” zijn een echte delicatesse.  Ze lijken op sojascheuten of kleine, dunne   asperges en hebben een nootachtige smaak.  De jonge scheuten zijn de eerste ondergrondse uitlopers van de wortelblok van de hopplant.  In het voorjaar legt de boer de wortelblok open en snijdt het merendeel van de scheuten af.  Hij laat telkens een drietal scheuten staan die opgroeien tot volwaardige hopranken.  De afgesneden scheuten worden verzameld en gebruikt in de keuken.  Het snijden van hopscheuten is een tijdrovende bezigheid.  De arbeidsintensieve oogst en de korte periode waarin de scheuten te verkrijgen zijn, maken dat de prijs van deze lekkernij (astronomisch) hoog ligt.  Gemiddeld betaal je makkelijk € 120,00 per kg, terwijl de eerste hopscheuten van het nieuwe seizoen vorig jaar werden geveild      voor … € 2 340,00 voor één kg van deze delicatesse !

Om  de  hopcultuur  levend  te  houden  en  de  hopplant  weer  een  plaats  te  geven in het landschap, kreeg Asse in 2010 opnieuw een hopveld.  Het is een veld waarin je kan wandelen, waar je de hop kan voelen en ruiken.  Elk seizoen valt er iets te ontdekken.  In de zomer kan je de hop ruiken en voelen, in de winter ervaar je hoe hoog de hoppalen zijn en hoe imposant het hopveld is.  De streek van Asse, Affligem en Aalst, met haar vruchtbare leemgronden, was de grootste en oudste hopstreek van Vlaanderen. Velden vol hopstaken bepaalden er jarenlang het landschap. De drassige ondergrond en natuurlijke windbeschutting zorgden voor een goede hopteelt. Het hoperfgoed vindt zijn oorsprong in de 14de eeuw, toen ontdekt werd dat bier beter bewaard kon worden door toevoeging van hop. De Benedictijnenabdij van Affligem  speelde een doorslaggevende rol in de verspreiding van de teelt.  De abdij  voorzag (zoals dat in de Middeleeuwen gebruikelijk was) in haar eigen behoeften en had niet alleen een brouwerij, maar ook een moestuin met “hoplochting” of hoptuin.  Vanaf de 14de eeuw namen de boeren de hopcultuur over.  Met de teelt van hop konden ze hun inkomen aanvullen.  Het plattelandsleven spitste zich gedurende de volgende eeuwen dan ook meer en meer toe op de hopteelt.  De hopranken werden naar boven geleid langs houten palen of staken van eiken- of elzenhout. Later werd ook dennenhout gebruikt. Het falen van de hopoogst in 1880 zorgde voor een nieuwe aanlegwijze.  Het traditionele stakenveld werd vervangen door een onderhoudsvriendelijker en minder arbeidsintensief draadveld. 

Ondanks alle inspanningen kregen de hopboeren het vanaf 1980 steeds moeilijker. Door de arbeidsintensieve teelt, internationale concurrentie en  dalende vraag naar inlandse hop, moesten de meeste hopboeren hun activiteiten noodgedwongen stopzetten.  De hopteelt werd uiteindelijk té verlieslatend.  De hopvelden verdwenen uit het landschap.  De hopbel bleef echter wel de trots van Asse. 

Op het marktplein van Asse vinden we de beeltenis van de Hopduvel.  Het bronzen beeld werd ontworpen door Wilfried Van Den Broeck.  De “duvel” die rond een hopstaak slingert, verzinnebeeldt de Assese folklore.  De Hopduvel symboliseert de stormwind die eind augustus, tijdens zware onweders, door de hopvelden raasde en daarbij veel schade aan de hopranken en -staken toebracht.  Hij was de schrik van de hopboeren. 

Rond Vlaanderen Wandelt hangt altijd een feestelijke sfeer en in de loop van de dag is er zeker wat animatie.  We blijven dan ook in Asse tot na de prijsuitreiking (16.00 uur).  We hopen dat we met een ruime WP-delegatie kunnen afzakken naar Asse !

Eddy

TERUG