
“Vroeg
begonnen is half gewonnen !”. Wie naar de vertrekuren kijkt, fronst wel
even de wenkbrauwen. Maar, willen we op een “normaal” uur kunnen
vertrekken met de wandeltocht in Wervik, dan moéten we wel degelijk erg vroeg
vertrekken. Van Paal uit is het immers nog iets minder dan 200 km rijden
tot we aankomen in het Wervikse Kruiseke. Daar is het de Wervikse
Wandelsport Vereniging die ons ontvangt voor hun Hutsepottocht. De club,
uit het verre westen van West-Vlaanderen (op 10 km van Ieper en 20 km van
Poperinge), verraste ons vorig jaar met een bezoek tijdens onze Martine Van
Camptocht. Ze waren toen met 45 om te genieten van de drie herfstige
lussen in en rond Diest. Tijd dus voor een tegenbezoek.
Wie er het jaaroverzicht van ons busprogramma bij neemt, die merkt dat we voor de laatste uitstap van 2025, vóór we naar Wervik zouden rijden, een korte stadswandeling zouden maken in Bailleul. In dat Frans-Vlaamse stadje startte, in 2004 (waar is de tijd …!) ons clubreisprogramma. We namen toen deel aan Rand’Opale en wandelden van Cap Griz Nez naar Cap Blanc Nez. We wilden, meer dan 20 jaar later, nog wel eens terug naar Bailleul. Echter, Bailleul ligt nog eens 30 km van Wervik. We zouden dan bijna 500 km met de bus moeten rijden. Gaan we dus niet doen. Als alternatief vonden we een “georganiseerde” wandeltocht in Dikkelvenne, zo’n tien km ten zuiden van Gent. Op Stap Zwalm biedt vanuit Dikkelvenne een aantal lussen van ongeveer zes km aan. Omdat op 22 november de zon al om kwart voor vijf onder de einder zakt en het een half uurtje later al hélemaal donker is, vertrekken we al om half vijf uit Dikkelvenne. Zo zijn we dan op een schappelijk uur weer terug bij de op/afstapplaatsen.
Eerst
dus naar Wervik, Kruiseke. Kruiseke , ook wel Kruiseik genoemd, is
een typisch landbouwgehucht dat deel uitmaakt van de stad Wervik. De dorpskern
– niet meer dan enkele erven, drankgelegenheden, winkels en een huizenrij -
ligt een viertal km ten noorden van het centrum van Wervik, op 38 m boven de
zeespiegel in een heuvelachtige omgeving, bovenop de glooiing van de Leievallei.
Over grotendeels onverharde wegen trek je doorheen een lichtglooiend landschap
en ontdek je in de verte twee panorama's : de Frans-Belgische Leievallei en het
West-Vlaamse Heuvelland, met prominent in zicht de Kemmelberg, aan de horizon.
Vanop de glooiingen rond Kruiseke heb je een goed zicht op het bultige
landschap dat in de herfst van 1914 het decor vormde voor de Eerste Slag bij
Ieper, waarbij duizenden soldaten het leven lieten.
Op
de zuidelijke hellingen van de Amerikaberg en de Kruisekeberg, de twee heuvels
die de streek rijk is, vind je twee wijngaarden. De streek kent een gematigd
klimaat met zachte winters en milde zomers, en ligt op een boogscheut van de
kust. Een bijkomend voordeel is de wind die de ranken na regen snel laat
opdrogen en op die manier de schimmeldruk verlaagt. De bodem bestaat
voornamelijk uit zandleem, kalkrijke klei en in de diepere lagen silexkeien, die
uitstekend waterdoorlatend zijn en rijk aan mineralen. Deze specifieke
bodemsamenstelling geeft de wijnen van Wijndomein Ravenstein een opmerkelijke
complexiteit en een uitgesproken karakter. Bovendien dragen de ligging van de
wijngaarden, beschermd tegen koude winden, en de nabijheid van de rivier de Leie
bij aan het microklimaat en de unieke expressie van de druiven.
Wervik,
gelegen aan de Leie, draagt een rijke geschiedenis als tabaksstad, waar de
“Wervikschen Toebak” decennialang het landschap en de cultuur kleurde.
Hier herinneren eesten, de typische droogschuren voor tabak, aan het agrarisch
verleden, als stille wachters in het veld. De geur van tabak, het ritme van de
seizoenen en de silhouetten van kerktorens vormen samen een tableau vivant van
een streek waar traditie en natuur elkaar omarmen.
Na
de middag rijden we dan naar Dikkelvenne, waar “Op Stap Zwalm” ons door hun
streek zal leiden. In lussen van telkens zes km ontdek je Dikkelvenne, het
charmante dorp in de Vlaamse Ardennen, deelgemeente van Gavere. Het
biedt verrassend veel voor wie houdt van rust, natuur en erfgoed. Gelegen aan de
oostelijke oever van de Schelde, is het een ideale uitvalsbasis voor
wandeltochten in het glooiende landschap, met zijn groene pracht, met bronnen,
kapelletjes en molens in een schilderachtig mooie streek.
Het
Kasteel Baudries, omgeven door groen, voegt een vleugje aristocratische allure
toe. De Tarandusmolen, op de grens met Beerlegem, is een pittoresk
herkenningspunt en getuige van een rijk molenverleden. De Sint-Petruskerk,
heropgebouwd in 1826, vormt het religieuze hart van het dorp. De
Sint-Christianafontein en -kapel op de wijk De Rotse verwijzen naar een lokale
legende. Volgens de overlevering was Christiana een Angelsaksische
prinses, die zich bekeerde tot het christendom, ondanks haar heidense opvoeding.
Ze weigerde te huwen met een heidense prins en vluchtte naar het vasteland. Via
de Schelde bereikte ze Dikkelvenne, waar ze zich vestigde als kluizenares.
Tijdens een periode van grote waterschaarste tikte ze met haar staf op een rots
in de wijk “De Rotse” en er ontsprong een bron van zuiver water. Deze bron,
later “Steenbron” genoemd, zou geneeskrachtig zijn en vele ziekten genezen.
Overal waar Christiana halt hield, zouden bronnen zijn ontsprongen, waardoor
Dikkelvenne bekend werd als “bronnendorp”. Ter nagedachtenis werd in
1913 een neogotisch kapelletje gebouwd bij de bron, met een beeld van de heilige
Christiana.