Het is al van 1 maart geleden dat we er nog eens met de bus op uit trokken, maar op zaterdag 13 juni is het dan weer zo ver.  Nu de prijs van de brandstof – voor al diegenen die niet volledig elektrisch rijden – stevig gestegen is ingevolge de schermutselingen in het Midden-Oosten, is het nóg voordeliger om in te schrijven voor zo’n clubuitstap.  Voor amper € 12,00 kan je mee naar Korspel en Seraing, én is je inschrijving op beide plaatsen meteen ook geregeld.  Weet ook dat de sfeer tijdens zo’n busuitstap altijd een beetje een vakantiegevoel oproept.  Was je er nog niet bij ? Schrijf dan eens in voor deze dubbeluitstap.  Wedden dat het je zal bevallen.

Eerst dus naar Korspel, waar onze buren van de Mijnlamp ons graag zullen zien komen.  In Korspel kunnen we kiezen uit twee lussen van 10 km, die allebei kunnen worden ingekort tot zo’n 7 km.  Korspel ligt in het landschap als een rustige bladzijde tussen twee hoofdstukken.  De velden openen zich er breed, de wind strijkt er langs de daken alsof hij de weg al eeuwen kent.  Aan de rand van het dorp waakt de oude schans, een stille cirkel aarde die herinnert aan tijden van onrust, terwijl de witte Sint-Antoniuskapel zacht blijft schitteren tussen het groen.  In 1835 werd het Kamp van Beverlo opgericht, dat grote delen van de heide rond Korspel innam.  40 jaar later werd de spoorlijn Hasselt-Mol aangelegd, wat een aanzienlijke groei van de bevolking met zich meebracht.  Toen de steenkoolmijn van Beringen in de jaren 1920 operationeel werd, zorgde dat nogmaals voor een sterke bevolkingsgroei in de hele regio.  Korspel heeft geen eigen mijnverleden, maar kende wel een duidelijke groei en ontwikkeling dankzij de nabijheid van de mijn.  Die zorgde voor meer inwoners, meer voorzieningen en een blijvende invloed op het dorpsleven. 

Na een kort bezoekje aan onze buren, rijden we naar Seraing.  Seraing heeft een indrukwekkend industrieel verleden, maar dat verleden laat ook littekens achter : vervallen staalinstallaties, donkere fabriekshallen en een stadsbeeld dat op sommige plekken nog altijd worstelt met de erfenis van twee eeuwen zware industrie.  Seraing was ooit een groen dorp aan de Maas, maar werd in de 19de eeuw volledig overgenomen door de staalindustrie van Cockerill.  Victor Hugo beschreef het in 1842 als een landschap dat leek op een brandend slagveld, met rook, vuur en hoogovens die de nacht rood kleurden.  Die massale industrialisering liet weinig over van het oorspronkelijke dorp.  Hoewel sommige delen van de oude Cockerill-sites worden herbestemd, blijven andere zones verlaten, roestig en vervallen.  Zo zijn er nog de enorme lege werkplaatsen achter het voormalige prinsbisschoppelijk paleis, hallen waar ooit locomotieven, stoommachines en staalproducten werden gemaakt en delen die vandaag “een schim van zichzelf” zijn, met ingestorte daken, roestige structuren en braakliggende terreinen.  Waarom in godsnaam dan Seraing kiezen als reisdoel voor deze uitstap op 13 juni !?

Wel, Seraing heeft twee gezichten : er is het ruwe industriële Maasfront én een verrassend groene, bijna parkachtige bovenstad. Rond de vroegere kristalfabriek Val Saint-Lambert ontvouwt zich een landschap van bossen, vijvers en stille paden dat in niets lijkt op de staalvallei beneden.  De volledig gerestaureerde site van de vroegere kristalfabriek ligt als een eiland tussen twee werelden.  Achter de monumentale gebouwen begint een uitgestrekt bosgebied, het Bois du Val, waar paden verdwijnen onder hoge beuken en eiken.  Hier hoor je geen machines, maar vogels.  Geen vrachtwagens, maar het ruisen van de wind tussen de  bladeren.  De Étangs du Val Saint-Lambert, de vijvers net achter de fabriek, spiegelen de lucht zoals ooit het kristal het licht ving.  Ze liggen verscholen tussen bomen, een plek waar joggers, wandelaars en vissers elkaar in stilte kruisen.  Het water draagt nog de sfeer van de abdij die hier eeuwen geleden stond,  een plek van arbeid, maar ook van rust.

Dan is er nog het Bois de la Vecquée, één van de groenste, meest toegankelijke en meest geliefde bosgebieden rond Seraing.  Het is een uitgestrekt natuurmassief van meer dan 670 hectare met wandelpaden, een arboretum vol zeldzame soorten en rustige valleien waar je de industrie van de Maasvallei volledig vergeet.  Je wandelt hier door uitgestrekte beuken- en gemengde bossen.  Het arboretum (6 ha) herbergt tal van zeldzame boomsoorten uit Europa, Azië en Amerika,

Schrijf je in en ga mee op verkenning naar het Seraing van nu, dat niet langer rookt, maar weer fris ademt.  Er is een Seraing dat je niet ziet wanneer je langs de Maas rijdt.  Een Seraing dat hoger ligt, stiller is en waar het bos de stad zachtjes overstemt.  Daar, tussen de oude muren van Val Saint-Lambert en de brede paden van het Bois de la Vecquée, begint onze tocht.  We wandelen door een landschap dat twee eeuwen industrie heeft overleefd, waar bomen opnieuw wortel schoten in de schaduw van glas en staal, en waar vijvers en bronnen nog altijd het ritme van de heuvelrug volgen.  Op sommige plekken lijkt het alsof de tijd even blijft hangen, alsof het bos je uitnodigt om trager te kijken, dieper te ademen.  Dit is geen wandeling om snel te stappen.  Het is een wandeling om te ontdekken : een stad met twee gezichten en een natuur die het mooiste ervan bewaart.  Wie mee stapt, ziet Seraing zoals het zelden wordt getoond.  En misschien, heel misschien, verlaat je het bos met het gevoel dat je iets hebt gevonden dat je niet wist dat je zocht.

TERUG